Waesmonster_Heart.jpg

Het aanlokkelijke lied van de sirene uit het gemeentelijk wapen van Waasmunster heeft me geroepen. De voorbije maanden, onder de zon en in open lucht, langs de Roosenberg routes ging ik wandelen. Ik haalde mijn camera van onder het stof en nam hem mee op verkenningstocht door de ‘groene parel van het Waasland’. Een plaats waar ik dacht wel vertrouwd mee te zijn. Als ukkie ging ik er spelen, paddestoelen plukken, fietsen en nam mijn vader me ooit mee, wellicht voor het eerst, naar een kunstgalerie. In mijn herinneringen was het een oud schuurtje, en er hingen schilderijen van landschappen. Ik heb nog niet ontdekt of die plaats nog bestaat of deze mijmering slechts een romantisch hersenspinsel betreft. Ik at zeker een kinderijsje op het terras van de inmiddels verpauperde Gulden Schaduw. Als leerkracht aan de gemeentelijke academie maakte ik tentoonstellingen met het werk van jongeren in een prachtig kasteeltje. Ik documenteerde een expo als fotograaf voor de academie in de Roosenberg abdij: een ‘alternatieve route’ met werk van Dirk Zoete, Philip Metten en Honoré d’O gerealiseerd in samenwerking met een bataljon studenten. Ik las in de uitgave ‘200 jaar academie’ over tentoonstellingen van Patrick Van Caeckenbergh, of mijn oud docent Hugo Roelandt en iedereen met een hart voor kunst weet dat Waasmunster ooit veel ruimte en zuurstof gaf aan de (toenmalige) avant-garde.

De heilzame werking van het wandelen maakte plaats in mijn hoofd om te zien. Ik zag veel potentie in wat ik tegenkwam. Overal waar ik passeer tracht ik een praatje te slaan. Te vragen hoe de hond heet (‘Max’), of wat ze aan het doen zijn. Soms plaatsen ze fonteinen op vijvers zoals vandaag. Anders sterven de vissen. Soms vertellen ze me over de letterzetters die de bomen hadden aangevallen. De kapper had een “inschattingsfout” gemaakt en ik heb er best lang gezeten. De ‘verloren’ tijd bleek echter rustgevend en ik werd verwend met een automatische rugmassage terwijl ik met één hand gebonden gebonden was aan het internet.

Het vervolg leest u in mijn dagboek. Maak een praatje als je mij tegenkomt, ik bied je een rol als figurant, een bijrol of een hoofdrol in dit relaas van een lichtvoetig warhoofd. Het Blauwhaus is een improvisatiespel met literaire ambities. Een uitdaging voor mezelf, voor de mensen die ik er bij betrek en misschien een uitdaging voor u.

Het Blauwhaus is een initiatief van kunstenaar-onderzoeker Wim Wauman (°1976, Sint-Niklaas) en wordt tot stand gebracht in samenwerking met de gemeentelijke academie voor beeldende kunsten, de Universiteit van Antwerpen (ARIA) en door verschillende organisaties en vrijwillers uit de gemeente. Het epicentrum situeert zich in kasteel Blauwendael waar een tijdelijk onderzoekslaboratorium ingericht wordt om samen met een dream team van hedendaagse kunstenaars, makers en denkers, schrijvers, speurneuzen, grafici, een drone piloot en fleurige pelgrim (en met de nieuwsgierige en bereidwillige inwoners) een poëtische ode wil brengen aan de lente. De tentoonstellingszaal in het kasteel vormt op zich een beeldende installatie met kunstwerken en artefacten en bieden een antwoord op de WORK FLOW expo die Wim afgelopen zomer concipieerde in het Cultuurcentrum van Sint-Niklaas. Voor Wim is het een poging om zijn werkomstandigheden, ateliersituatie en multigefaceteerde onderzoeksactiviteiten eens in zijn voordeel bekrachtigd te zien. Door een team in te roepen om ruimte te scheppen en een adviesraad om meteen alles in vraag te stellen.

Het doel was een boek te schrijven en om in een architecturale context te werken, om in dialoog te treden met een specifieke omgeving. Om binnen een welbepaald raster te improviseren. Waar moet dat boek over gaan? Het moet een reisverslag zijn. En het wil hulde brengen aan de vruchtbaarheid, de ontmoeting en aan de sirene. Ik raad daarom aan:

Volg, deel, speel mee in het Blauwhaus spel en word schandalig rijk…