19/4/28 - Op de eerste dag

Mijn tocht begon vandaag bij de bakker. Ooit heette die ‘De Visscher’, nu koop ikeen croissant en pluk onderweg een Vergeet-me-nietje.

Kaat kwam, Frederik en Filip en (mijn partner achter de schermen) Stefanie liepen mee langs de Kardinaal Cardijnlaan en de Smisstraat; en de Hoge Kouter waar mijn vader vaak ging voetballen terwijl ik de natuur leerde kennen in maïsvelden en op het dak van de kantine met Luc. We haalden kattenkwaad uit en amuseerden ons. Ooit sprak iemand me aan onder een eik, die beweerde alles van mij te weten, en dat bleek wel te kloppen. Ik had de man nog nooit gezien en herinner me niet meer hoe hij eruit zag.

Toen we een uur gestapt hadden, kwamen we aan begraafplaats Heimolen. We werden opgewacht door Melvin, Alice en haar vriend Raul, Katrien met een bel en binnenkort een ladder, en Eric en Ingrid.

Ik activeerde een oude bel van ‘Tante Nonneke’ en ontstak een blauwe rookbom om een blauwe wolk te maken. Mijn tante had ik verwacht maar was er niet. Alice de ‘Floral Pilgrim’ uit Londen had iets gemaakt en ook ‘insignes’ voor de andere pelgrims. De klokken luidden aan de Heidekapel en ik kwam D. tegen op zijn brommer. We passeerden een gat in een boom (waar een mooi manshoog beeld in kan staan), een “Monkey Puzzle Tree” en andere rariteiten.

Isabel wachtte ons op aan de Roosenbergabdij. We gingen er even schuilen voor de regen en ik stak een kaarsje aan.

We kwamen Rudy tegen met zijn hond en waren eigenlijk zelf iets te vroeg aan het kasteel. Het tempo dat ik wou aanhouden, bleek ondanks onverwachte ontmoetingen toch behoorlijk opgedraaid dus veel volk stond er nog niet te wachten. J-M had al vanalles klaar gezet en er begonnen met mondjesmaat residenten en nieuwsgierigen binnen te stromen. Ik zag de Blauwhäuslers Warre, Madeleine, Ilse, Veerle, Lander, Hilde, Sarah en hoop dat ik nu niemand vergeten opsommen ben. De reacties waren unaniem lovend maar de opkomst kon beter. Vandaag was in elk geval nog maar de start.


Voor me ligt een boek, onder deze laptop, en ik wil hem graag inkijken. Het is een boek over het werk van Leonora Carrington. Ze was ooit het lief van Max Ernst die zich als pseudoniem de naam Lolop toeëigende. Leonora was later, toen ze in Mexico woonde, in de ban van de Popol Vuh, een oude scheppingslegende uit de Maya cultuur. De twee blauwe Love Birds Loplop en Popol die sinds vandaag huizen in en waken over het Blauwhaus, stolen de harten van Sophia en de dochter van Veerle.

Isaac was in zijn nopjes maar ik betreur dat we er (nog) niet in geslaagd zijn om een touw aan de oude kasteelklok te bevestigen. Ik had de jongen graag aan het touw zien trekken om de klok weer tot leven te brengen. Uitstel is geen afstel.