19/5/11 - Apes and Crafts

Ik starte de dag met een korte wandeling aan de Hoge Kouter. Het terrein tussen Sint-Niklaas en Waasmunster dat ik als jonge snaak quasi wekelijks verkende terwijl mijn vader voetbal speelde. Er bevindt zich een stenen ‘statie’ op een met prikkeldraad afgesloten terrein waar ik tijdens de Pelgrimstocht op 28 april langs liep en ik was benieuwd welke heilige ik er zou treffen. Indien er ooit een beeltenis in heeft gestaan, was het vandaag en wellicht al sinds geruime tijd weggenomen. Het hek stond aan de voet van het bouwsel uit baksteen en ik moest het stellen met een jaartal dat vakkundig in een steen gebeiteld stond: 1980.

Ik overtrad de regels en begaf me op privé-domein waar slechts weinig sporen van beleving te vinden waren.

Ik herkende en groette de bomen waar ik als kind in klom. Ik herinnerde mij de hoek van het terrein langs waar ik vroeger een weg vond naar de maïsvelden die toegang verschaften tot het dak van de kleedkamers en kantine van de voetbalclub. Er was niet veel veranderd want de afrastering vertoonde daar nog steeds de sporen die er misschien door mijn jeugdige activiteiten werden achtergelaten. Ik vond een oude paal met blauw gedopt hoofd, zoals een lucifer en naam hem mee als een deel van het kruis dat een verkenner met zich meedraagt. Op het terrein, met netjes gemaaid gras staan nog doelen maar de krijtlijnen ontbreken. Het gras vertoond evenmin sporen van het spel en van de gespijkerde schoenen die voetballers typeren. Ik vond er een oude bal en nam ook die maar even mee. Het lijkt me een ideale planeet om de bewerkte kosmos die Paul D’Haese deze week ergens fotografeerde te vergezellen. Ik hou van liquide grenzen.

Deze ochtend bracht ik een bezoek aan het atelier van Ben Kockelkoren die niet aanwezig was. Hij heeft zijn intrek genomen in een oude rietsnijderij vlak aan de Durme en het is een paradijs. Er was deze ochtend een veulen geboren en ik vraag mij af met welke naam het dier gedoopt werd.

Aangezien er niemand aanwezig was, begaf ik me maar naar het Blauwhaus om even wat te lezen, e-mails te beantwoorden, Loplop en Popol vers water te geven en wat te spelen met de magneten op het schoolbord.

Ik sprak er met Maria over haar bijzondere performance die zal plaats grijpen tijdens de finale van het Blauwhaus spel.

Ik sprak ook met de scouts van Sombeke en vraag me af of ze mijn oproep om deel te nemen aan de wandeling op 26 mei gehoord hebben. Ik nam terwijl contact op met Ben en begaf me even later opnieuw naar zijn atelier. Ik ken Ben al sinds mijn begindagen aan de academie maar we verloren contact. Er ligt al jaren een kopie van een steen in mijn berging waar hij met volle overtuiging een apenkop in ziet. Hij graaft al vele jaren stenen op in Frankrijk en heeft een theorie. Het is zijn testament.

In zijn atelier staan muren van fruitdozen (Hoogstraten, Raphael, etc.) vol zware stenen die ieder jaar nest opportuniteiten biedt aan een rondtrekkende familie Roodstaart vogeltjes. Een moeder (?) zong een lied terwijl ik vol verbazing stond te kijken naar de plek. Buiten staan Notelaars en hij gooit soms noten in de beek die zijn terrein afscheidt van de akkers die een panoramisch zicht bieden op de plaats waar ooit de eerste Roosenbergabdij werd opgetrokken door pelgrims en kruisvaarders. Er komen jonge bomen uit voort. In de verte bevinden zich de schutters van Sint-Sebastiaan en de ‘Roosenberg vissers’ waar de buste van de Indiaan werd vast getaped aan een berk. Boven alles preikt de kerktoren van de gemeentekerk. Het Blauwhaus is net niet te zien.

We hadden een gesprek over een Indiase ‘spreekstok’ en ik kreeg drie ‘haaientanden’ mee die hij vond op een akker tussen het Blauwhaus en de abdij, op het hoogste punt van het Questa front. Als de boeren ploegen komen ze boven water in de aarde. Ik vraag mij af of het tanden van een Bruinvis kunnen zijn, of van een draak, en moet dringend eens een gespecialiseerd bioloog uitnodigen. Ik hoorde verhalen over de oude beuk aan kasteel Ortegat. ik deel ze graag met de pelgrims die op 26 mei kiezen om zich aan te sluiten op het vat van de verbeelding dat het Blauwhaus rijkelijk wil laten stromen.