19/5/31 - Delhaize, de Leeuw.

angels drove me round and unable to walk thus the playground of consumerism was not #WithinWalkingDistance, yet I needed some stuff to eat and drink and litter for Pilar whose toilet started to smell rather eccentrically.

I sat outside the parking lot and saw young men pushing forward chariots without coins.

Others added plastic cards on car windows.

the sun was shining and I read a book on ‘the lap of the Waste Land’. It talked about chapels and their histories, about artists and poets beyond recognition. About tournaments with water and I wonder if someone still organizes these kind of celebrations where just about any team can be honored.

I read about sandcarpets, marquetry masters, and the grandfather of one of the Blauwhaus knights.

“In 1521 schrijft Albrecht Dürer: “De kunstenaar is een geweldenaar, een tweede god die in staat is uit het niets menselijke figuren te scheppen met het formaat en de gestalte die hem goeddunkt”. Driehonderdvijftig jaar later borduurt Friedrich Nietzsche daarop voort. De illustere filosoof verklaart God morsdood, terwijl de kunstenaar springlevend blijft. In zijn boek “Aldus sprak Zarathoestra” omschrijft hij het als volgt:”En wat U de wereld hebt genoemd moet eerst door U geschapen worden: uw verstand, uw wil, uw liefde moet het zelf worden.(…) Wat zou er te scheppen zijn als er goden bestonden?” De kunstenaar heet een geweldenaar die met zijn kunst de wereld schept.”

Ik las ergens een gedicht maar het is niet terug te vinden. Het verstopt zich achter de raadsels van Hermes maar wat zich verstopt is meestal de moeite waard….

De volhouder wint want:

Hoog staat mijn huis en dicht bij de wolken,

Dicht bij den hemel, hoog staat mijn huis!

Ver van de reuk en de rook van de steden!

Dicht bij de waarheid, dicht bij de schoonheid!

Ver van de drang en de dwang van het volk!

< Edmond Verstraeten.